Woonhuis Bonnema - Hardegarijp

Bonnema’s eigen woonhuis behoort tot een van de meest opmerkelijke voorbeelden van de naoorlogse woningbouw in Nederland. Het markeert een breuk met de gangbare opvattingen over dit gebouwtype en op persoonlijke wijze zijn hierin de canons van de modernistisch-functionalistische erfenis verwerkt. Oorspronkelijk bedoeld als bureau/woonhuis is het gebouw zo ontworpen dat het gemakkelijk aan een veranderend gebruik kan worden aangepast. Tegenwoordig heeft het alleen nog een woonfunctie. Op een bijna ontnuchterend eenvoudige wijze zette Bonnema zeven stalen portaalspanten op gelijke afstand naast elkaar, legde er vloeren (25 x 8,5 m) en een dak van beton op en plaatste binnen dat geheel een stenen kern die voor de vereiste stijfheid zorgde. Begane grond en verdieping onderscheiden zich alleen in het toegepaste materiaal. De vloer van de begane grond is uitgevoerd in grijs-geaderd kristallino (een marmersoort uit de Sint Gothard) terwijl de verdiepingsvloer met een donkere leisteen is belegd. Niet-dragende tussenwanden van glas, of in de vorm van speciaal ontworpen houten kastwanden, verdelen deze ruimten in eenheden ten behoeve van wonen, werken en slapen. De gevels hebben alleen een beschermende functie en zijn los van de kolomstructuur geplaatst. Tussen de in Californian Redwood uitgevoerde binnen- en buitenwanden is een tien centimeter dikke laag isolatie aangebracht die het gebouw, beter dan de traditionele spouwmuur, beschermt tegen het klimaat en verkeerslawaai. Door de houten gevels niet hoger dan twee meter op te trekken en ze daarboven van een doorlopend glasfries te voorzien is niet alleen het zwevende aspect van verdiepingsvloer en dak benadrukt maar wordt ook de behoefte aan privacy gecombineerd met een sterke visuele wisselwerking tussen binnen en buiten. Het contact met de buitenruimte gold, naast de genoemde flexibiliteit, als een van de voornaamste uitgangspunten. Het woonhuisontwerp is dan ook onlosmakelijk verbonden met de wijze waarop tuinarchitecte Mien Ruys de groene oase rond de woning van maat en structuur heeft voorzien. Afgezien van het glasfries wordt de overgang tussen beide gerealiseerd door een doorlopende glazen schuifpui aan de westzijde en een glazen entreepartij aan de oostzijde die zich over de volle hoogte van het gebouw uitstrekt. In de vormgeving wordt de wisselwerking tussen binnen en buiten verder versterkt door toepassing van hetzelfde natuurlijke materiaal voor binnen en buitengevels en door de voortzetting van de marmeren woonvloer in de tuin.