|
|
Gerechtsgebouw - Leeuwarden |
|
Op basis va een gemeenschappelijk programma van het ministerie van Justitie en het bureau van de Rijksbouwmeester werd in 1989 besloten de negentien arrondissementen in het land van goed functionerende Gerechtsgebouwen in Eerste Aanleg te voorzien middels ‘operational leaseconstructie’ die tegenwoordig bij de Rijksgebouwendienst gebruikelijk is. Het nieuwe Gerechtsgebouw in Leeuwarden gold daarbij als voorbeeldproject en kwam in 1994 naar ontwerp van Bonnema gereed. Op een uiterst krappe locatie tussen Wilhelminaplein (Zaailand) en Willemskade moest een standaardverhuurkantoor gerealiseerd worden met de uitstraling en allure van een gerechtsgebouw. De vraag om inpassing van het ontwerp binnen de kleinschalige binnenstadsstructuur in combinatie met het vereiste bruto vloeroppervlak van 16.000 vierkante meter op een terrein van 4.700 meter, resulteerde erin dat een deel van het programma (cellencomplex, archieven en parkeerkelder) ondergronds werden gesitueerd. Het bovengrondse programma werd vervolgens in een aantal compacte, in hoogte variërende volumes georganiseerd. De twee hoogste zijn als drager haaks op de straatwanden en ter weerszijden van de centrale hal geplaatst. In de gevelwanden aan Wilhelminaplein en Willemskade zijn deze vleugels met elkaar verbonden door lagere bouwmassa’s, in het middengebied zijn ze gekoppeld via beglaasde loopbruggen. Vanwege de zeer beperkte ruimte zag Bonnema af van zijn oorspronkelijke idee om het gebouw in baksteen op te metselen; de vele steigers, de opslag van bakstenen en andere bouwmaterialen zouden voor problemen zorgen. Om de herkenbaarheid van het nieuwe gebouw in de historische binnenstad te garanderen is toch enigszins gerefereerd aan materialen als glas en baksteen; de gevels zijn opgebouwd uit prefab-betonelementen van 3,6 bij 3,6 meter met ingestorte, keramische tegels van een matte rood/bruine baksteenkleur, de puien uit transparant en groen geëmailleerd glas, terwijl de aluminium kozijnen antracietkleurig zijn. De technische laag is als een zichtbare staalconstructie met antracietkleurige coating uitgevoerd. Het rationeel-functionalistische karakter van het ontwerp komt tot uiting in het openbare karakter van de centrale hal als spil van het totale ontwerp en als letterlijke overgang tussen buiten en binnen. Het monumentale en tegelijkertijd semi-openbare karakter van het gerechtskantoor krijgt mede vorm door de sequentie van ruimten die tenslotte voert naar de hoofdruimte in het hart van het gebouw. Deze promenade architecturale wordt ingeleid door een afsluitbaar hekwerk en vindt haar vervolg in het atrium en de centrale hal. De natuurstenen vloerbedekking refereert daarbij aan het justitiële karakter van de omliggende ruimten. Zowel in atrium als in de hal bevinden zich sculpturen van beeldend kunstenaar David Vandekop die in hun vorm bewust constrasteren met de symmetrische strengheid van het gebouw. |