Met de uitbreidingen voor het gemeentehuis en het cultuurcentrum in Drachten beoogde Bonnema een grotere eenheid binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. De door een brede ontsluitingsweg gescheiden gebouwen zouden daarbij als een poort naar het centrum moeten fungeren.
Voor het gemeentehuis ontwierp Bonnema een gebouw in aansluiting op een in de jaren zeventig gerealiseerde uitbreiding die vrijwel ongewijzigd bleef. In twee evenwijdige, in hoogte verschillende en ten opzichte van elkaar verspringende bouwblokken zijn de benodigde kantoorfuncties gesitueerd. Dwars daarop worden beide volumes verbonden door een derde lage vleugel waarin raad- en trouwzaal zijn ondergebracht. Het hoogste kantorenblok is haaks op en zo dicht mogelijk bij de genoemde ontsluitingsweg geplaatst. Gemeentehuis en schouwburg worden door een plein ruimtelijk met elkaar verbonden. Hier bevindt zich de entree naar de centrale hal van het raadhuis.
Met dit introductie van dit plein en door de gevels van zowel raadhuis als schouwburg af te werken in een combinatie van wit stucwerk (kantoorruimten) en zonreflecterende panelen in aluminium puien (verkeersruimten) ontstond niet alleen een zekere eenheid in de bestaande, amorfe stedenbouwkundige situatie maar werden beide gebouwen tevens samengevoegd tot een gebaar dat deze bestuurlijk-culturele functie op een van de belangrijkste entrees naar het stadscentrum op herkenbare wijze markeert.
-uitbreiding-