Ingesloten tussen de oude weg naar Drachten en de hoger gelegen nieuwe provinciale weg was het raadhuis in 1971 door Gemeentewerken al uitgebreid met een lage platte doos die in architectuur en materiaaltoepassing (rode baksteen) niet aansloot op het oorspronkelijke ontwerp van architect
P. de Vries uit 1934.
Bonnema’s uitbreiding met een drie maal zo groot vloeroppervlak als het bestaande raadhuis was gebaseerd op het uitgangspunt dat het karakteristieke bakstenen gebouw zijn waarde moest behouden terwijl de uitbreiding uit 1971 op onzichtbare wijze in het ontwerp moest worden opgenomen om een al te heterogeen eindbeeld te voorkomen. Dit resulteerde in een sterk contrasterende architectuur met een afwijkend, eigentijds materiaalgebruik.
De constructie bestaat uit met beton volgestorte stalen kokerprofielen waarop de betonnen vloeren rusten. De massawerking is geabstraheerd door de afwisseling van open en gesloten gevelvlakken van respectievelijk zonreflecterend glas in aluminium puien en wit gestuct metselwerk waarin een betonnen kern is opgenomen. Hoge taxushagen die de niveauverschillen op het terrein optisch corrigeren, bakenen de grenzen van het terrein af.
De ligging van het complex in een kuil werd gecorrigeerd met behulp van de diagonaal oplopende trappen die naar de hoofdingang leiden. Naast deze entree is een betonnen sculptuur van
Wilco Berga geplaatst die in perspectief een monumentale open deur suggereert.
-uitbreiding-