Achmea - Leeuwarden

  • foto: Bonnema architecten

  • foto: Jan Versnel

  • foto: Bonnema architecten

  • foto: Hulsinga

  • foto: Harry Dikken

  • foto: Harry Dikken

  • foto: Bonnema architecten

  • foto: Bonnema architecten

  • foto: Bonnema architecten

De realisatie van de Achmea toren vormt voorlopig de afronding van een continue en intensieve bemoeienis met de bouw, verbouw en renovatie van het kantorengebied, gelegen tussen Willemskade en Langemarktstraat en tussen Sophialaan en Snekerkade. Vanaf 1994 is via een Masterplan gefaseerd geprobeerd de omvang en de kwaliteit van de huisvesting van Achmea op een architectonisch, functioneel en technisch gelijkwaardig niveau te brengen.

Het Masterplan omvatte de structurele aanpak van alle bouwdelen waarin FBTO en Avéro waren gehuisvest. Deels bestond dit uit renovatie en interne verbouwingen (standaardisatie van techniek en flexibiliteit en homogeniteit brengen in stijl van interieur) en deels ook uit nieuwbouw. Voor de twee bestaande bouwdelen betreft bouwdeel 4 (het blauwe gebouw) nieuwbouw op een bestaande en gehandhaafde parkeerkelder. Hierin zijn voornamelijk de representatieve vergaderruimtes en het auditorium opgenomen. Gebouw 2 (het rode gebouw) betreft een ingrijpende renovatie waarbij het voormalige FBTO gebouw grotendeels ontmanteld en constructief werd aange- past en waarbij het geheel voorzien werd van een nieuwe gevel. Voor deze beide bouwdelen zijn om comfortredenen zogenaamde klimaatramen toegepast. De rood en blauw geëmailleerde gevelbeplating maakt dat deze beide bouwdelen zich qua schaal en maat goed voegen in het totale straatbeeld. De kleurstelling is zo kontrasterend gekozen om de in volume bescheiden bouw delen (beide elk ongeveer 6000 m²) in evenwicht te brengen met de tot dan toe markante 75 meter hoge kantoortoren op het Wagenplein. Tussen de bestaande gebouwen is de oorspronkelijke patio voorzien van een glaskap en daarmee vond er een functionele en ruimtelijke koppeling plaats met de bestaande hal van de FBTO. De begane grond van alle bouwdelen is als openbaar gebied met elkaar verbonden. Publiek kan via verschillende entrees door diverse expositieruimtes en baliegebieden vrijelijk door het gebouw lopen.

Intensief stedenbouwkundig overleg daarna heeft geresulteerd in de beëindiging van de Achmea lokatie door middel van torens, waarmee ook in de toekomst een samenhangend en evenwichtig bebouwingsvolume wordt gecreëerd. De drie torens, waarvan de derde en laatste nog moet worden gerealiseerd, markeren begin, midden en einde van het Achmea complex. De middelhoge aaneengesloten bebouwing van de bestaande kantoren, liggend in de rooilijn, vormt een hecht onderdeel van het stedelijk weefsel en geeft aan de compositie van torens een duidelijk fundament. Het vormt als het ware een plint en daarmee een overgang van straat naar hoogbouw. De Achmea toren kenmerkt zich door een enorme rankheid, veroorzaakt door de maximaal gezochte verhouding tussen gevelbreedte en gevelhoogte. Daarmee wordt het een gebouw in de ruimte.

Het ontwerp van de toren bestaat uit twee hoofdonderdelen, nl.de onderbouw in de vorm van een transparante hal met arcade en daarop een relatief gesloten bovenbouw. De bovenbouw bestaat uit twee volumes die als het ware in elkaar zijn geschoven. Het hoogste volume loopt door tot 114 meter, het ingeschoven volume tot 68 meter. Om beide bouwvolumes een eigen zelfstandigheid te geven en op die wijze het beoogde verticalisme en daarmee de rankheid en het naaldeffect te versterken, is gekozen voor afwerking met natuursteen in twee soorten. De onderbouw van de toren is om de openbaarheid te benadrukken zo transparant mogelijk gedetailleerd, los van de toren. Het is opgebouwd uit gehard glazen elementen die kozijnloos met elkaar verbonden zijn. Functioneel is de arcade in eerste instantie bedoeld om een veilig wandelklimaat tegen windhinder voor voetgangers te bieden, maar dit beeldbepalende element is tevens als een duidelijk herkenningspunt in de route tussen binnenstad en station opgevat. Ruimtelijk versterkt de gekozen wigvorm het steeds nauwer wordende straatprofiel vanaf station naar de Prins Hendrikstraat. De arcade is hoog en transparant gemaakt en aan de onderzijde geheel open gehouden. De hoogtewerking wordt extra geaccentueerd door het fijnmazige patroon van stalen trekkabels. De bedoeling is dat de hal een openbaar karakter houdt en voor het publiek vrij toegankelijk is. In de nabije toekomst zal deze hal verbonden worden met de reeds aanwezige entreegebieden met verbindingszones. De beëindiging van het 114 meter hoge gebouw is niet zoals gebruikelijk een techniekruimte die qua maat en gevelbehandeling afwijkt, maar een voor publiek toegankelijke ruimte, voorzien van extra grote ramen, waardoor een panoramisch uitzicht over de stad en een groot deel van de provincie mogelijk is. Is het nu nog steeds een ruimte die alleen onder begeleiding van Achmea medewerkers te betreden is, het lijkt er op dat de door de architect gewenste volledige openbaarheid binnenkort alsnog zal worden gerealiseerd.