Achmea toren, Leeuwarden.
Het ontwerp van de toren bestaat uit twee hoofdonderdelen, de onderbouw in de vorm van een transparante hal met arcade en daarop een relatief gesloten bovenbouw. De bovenbouw bestaat uit twee volumes die als het ware in elkaar zijn geschoven. Het hoogste volume loopt door tot 114m, het ingeschoven volume tot 68m. Om beide bouwvolumes een eigen zelfstandigheid te geven en op die wijze het beoogde verticalisme en daarmee de rankheid en het naaldeffect te versterken, is gekozen voor afwerking met natuursteen in twee soorten. De onderbouw van de toren is om de openbaarheid te benadrukken zo transparant mogelijk gedetailleerd, los van de toren. Functioneel is de arcade in eerste instantie bedoeld om een veilig wandelklimaat tegen windhinder voor voetgangers te bieden, maar dit beeldbepalende element is tevens als een duidelijk herkenningspunt in de route tussen binnenstad en station opgevat. De beëindiging van het 114m hoge gebouw is niet zoals gebruikelijk een techniekruimte die qua maat en gevelbehandeling afwijkt, maar een voor publiek toegankelijke ruimte, voorzien van extra grote ramen, waardoor een panoramisch uitzicht over de stad en een groot deel van de provincie mogelijk is.